De oorzaak van de ziekte van Pompe
De oorzaak van de ziekte van Pompe is bij alle Pompe-patiënten hetzelfde: een tekort aan of niet goed functioneren van het enzym alfa-glucosidase (ook wel zure maltase genoemd). Dit enzym wordt ook wel aangeduid met de afkorting GAA.
Wanneer dit enzym in onvoldoende mate aanwezig is of slecht functioneert, ontstaat een overmatige stapeling van een bepaalde stof, glycogeen, in de spiercellen van het lichaam. Opeenhoping van glycogeen tast de structuur van het spierweefsel aan, wat spierzwakte veroorzaakt. Welke gebieden in het lichaam zijn aangetast en in welke mate kan per patiënt verschillend zijn.
Waardoor hoopt glycogeen zich op?
Een enzymtekort
Het menselijk lichaam produceert allerlei soorten enzymen. Deze enzymen breken stoffen af die een rol spelen bij het functioneren van de lichaamscellen. Dit afbraakproces vindt plaats in het lysosoom, een blaasvormig celonderdeel die de functie heeft van ‘afvalcentrale’. In het lysosoom in de spierencellen is het enzym alfa-glucosidase verantwoordelijk voor de afbraak van glycogeen – een suiker die dient voor de opslag van energie.
Bij Pompe-patiënten is het enzym alfa-glucosidase onvoldoende aanwezig, ontbreekt, of functioneert niet goed. Als gevolg daarvan wordt glycogeen niet of onvoldoende afgebroken, waardoor deze stof zich ophoopt in de lysosomen en celschade aanricht, wat leidt tot spierzwakte.[1]
Een genetisch defect
Als het gen dat verantwoordelijk is (codeert) voor de aanmaak van het enzym alfa-glucosidase gemuteerd of defect is, kan het zijn taak niet goed vervullen. Bij iemand die van beide ouders een defect exemplaar van dit gen erft, wordt het enzym alfa-glucosidase niet of onvoldoende aangemaakt of functioneert het enzym niet zoals het hoort.
Meer over de manier waarop de ziekte van Pompe geërfd wordt
Een veelgebruikte afkorting
Zowel voor het gen als voor het enzym alfa-glucosidase wordt ook wel de aanduiding GAA gebruikt; dit is een afkorting van de Engelse term glucosidase acid alpha.
Hoe ontstaat de spierschade?
Door een overmatige ophoping van glycogeen in de lysosomen, zwellen deze op tot een formaat dat groter is dan normaal. Hierdoor wordt de normale spierfunctie verstoord. Bovendien kunnen de lysosomen zo groot worden dat ze scheuren, waardoor schade aan de cel ontstaat.
De afbeelding hieronder laat een dwarsdoorsnede van dit proces zien.

Een normale en een door de ziekte van Pompe aangetaste spiercel
- Een gezonde spiercel heeft normale lysosomen.
- Bij de ziekte van Pompe zorgt ophoping van glycogeen ervoor dat lysosomen opzwellen, waardoor de normale structuur en functie van de cel verstoord raken.
- Bovendien kan er lekkage van de lysosomen ontstaan, met als gevolg dat glycogeen en andere stoffen uit de lysosomen verdere schade aan de cellen en omliggend weefsel veroorzaken. [2]
Bij Pompe-patiënten worden de symptomen veroorzaakt door schade aan individuele spiercellen, wat verzwakking van grotere spierbundels geeft. Deze symptomen verergeren in de loop van de tijd door toenemende schade vanwege aanhoudende glycogeen ophoping.
Hoe komt het dat de symptomen per patiënt kunnen verschillen?
De ziekte van Pompe is een erfelijke aandoening die, al bij de geboorte aanwezig is. De symptomen hoeven echter niet altijd bij de geboorte op te treden; die kunnen zich in ieder stadium van iemands leven voordoen. Over het algemeen verergeren de verschijnselen van de ziekte van Pompe in de loop van de tijd, ongeacht de leeftijd waarop deze voor het eerst optreden. Typerend is dat; hoe jonger de leeftijd is waarop de symptomen ontstaan, hoe ernstiger het ziekteverloop in veel gevallen zal zijn.
Hoewel alle Pompe-patiënten een lager dan normale activiteit van het GAA-enzym hebben (en soms helemaal geen), is het vaak zo dat de mate van resterende enzymactiviteit varieert afhankelijk van leeftijd:
- Baby’s jonger dan 1 jaar met de ziekte van Pompe hebben vaak minder dan 1% van de normale enzymwaarden. [1]
- Kinderen en volwassenen met de ziekte van Pompe hebben over het algemeen enzymwaarden die kunnen variëren van 1% tot 40% van de normale waarden. [3]
Bij baby’s leidt de bijna totale afwezigheid van enzymactiviteit vrijwel altijd tot zeer ernstige symptomen, waaronder extreme spierzwakte, ademhalingsmoeilijkheden en ernstige hartproblemen.
Deze verschijnselen verergeren doorgaans in hoog tempo en zijn vaak fataal.[1] [4]
Afhankelijk van de hoeveelheid enzymactiviteit die bij Pompe-patiënten aanwezig is, zijn de bijbehorende symptomen vaak minder specifiek, deze kunnen erg variëren en zijn moeilijk te voorspellen.
In tegenstelling tot baby’s met de ziekte van Pompe, hebben oudere Pompe-patiënten in de regel weinig tot geen hartproblemen, en ook spier- en ademhalingsproblemen zijn bij hen vaak milder en verergeren minder snel.
Meer over het in ernst toenemen van de ziekte van Pompe.
Literatuurverwijzingen
-
Hirschhorn, Rochelle and Arnold J. J. Reuser. Glycogen Storage Disease Type II: Acid Alpha-glucosidase (Acid Maltase) Deficiency. In: Scriver C, Beaudet A, Sly W, Valle D, editors. The Metabolic and Molecular Bases of Inherited Disease. 8th Edition. New York: McGraw-Hill, 2001. 3389-3420.
-
Hesselink RP, Wagenmakers AJ, Drost MR, Van der Vusse GJ. Lysosomal dysfunction in muscle with special reference to glycogen storage disease type II. Biochim Biophys Acta. 2003 1637(2):164-170.
-
Chen YT, Amalfitano A. Towards a molecular therapy for glycogen storage disease type II (Pompe disease). Mol Med Today 2000 Jun;6(6):245-51.
-
Kishnani PS, Hwu W-L, Mandel H, Nicolino M, Yong F, Corzo D. A retrospective, multinational, multicenter study on the natural history of infantile-onset Pompe disease. J Pediatr 2006 148:671-676.
-
Wokke J, Escolar D, Pestronk A, Jaffe K, Carter G, van den Berg L, et al. Clinical features of late-onset Pompe disease: A prospective cohort study. Muscle Nerve 2008;38:1236-45.