Erfelijkheid

De ziekte van Pompe is een genetische ziekte, wat wil zeggen dat de aandoening wordt veroorzaakt door een defect in iemands genen. Genen zijn verantwoordelijk voor het regelen van vele lichaamsfuncties, waaronder de productie van belangrijke enzymen. Iemand erft de ziekte van Pompe als beide ouders een defect exemplaar van het zogeheten GAA-gen doorgeven – in het lichaam van personen bij wie beide exemplaren van dit gen defect zijn, wordt het enzym alfa-glucosidase niet of onvoldoende geproduceerd of is de werking ervan verstoord.

De oorzaak van de ziekte

De onderliggende oorzaak van de ziekte van Pompe is het ontbreken van, of een tekort aan, een specifiek enzym: alfa-glucosidase. Dit enzym wordt vaak aangeduid met de afkorting GAA, en soms ook zure maltase genoemd. Door het niet of in onvoldoende mate aanwezig zijn van dit enzym ontstaat ophoping van glycogeen in de spiercellen.

Het GAA-gen is verantwoordelijk voor de productie van alfa-glucosidase. Dit is het enzym dat nodig is voor de afbraak van glycogeen in de lysosomen (dit zijn compartimentjes in cellen). Als het GAA-gen defect is, kan dit een onvoldoende werking of productie van het enzym alfa-glucosidase tot gevolg hebben. Hierdoor hoopt het glycogeen zich op in de lysosomen, wat de symptomen van de ziekte van Pompe veroorzaakt.

Meer over de onderliggende oorzaak van de ziekte van Pompe 

Het GAA-gen

Het gen dat verantwoordelijk is voor de ziekte van Pompe werd in 1979 gevonden. Het kreeg de Engelstalige naam glucosidase acid alpha, afgekort GAA. In het Nederlands wordt dit enzym alfa-glucosidase of zure maltase genoemd. De afkorting GAA wordt ook in Nederland gebruikt voor zowel het gen als het enzym dat betrokken is bij de ziekte van Pompe.

Wie krijgt de ziekte van Pompe?

Van elk gen in het lichaam zijn twee exemplaren aanwezig: één exemplaar wordt doorgegeven door de vader, het andere door de moeder. De combinatie van GAA-genen die iemand van beide ouders erft, bepaalt of deze persoon de ziekte van Pompe in het geheel niet heeft, drager ervan is of daadwerkelijk de ziekte krijgt.

  • Als iemand twee normale (dus niet-defecte) exemplaren van het GAA-gen heeft, zal deze persoon de ziekte van Pompe niet hebben.
  • Als iemand één normaal en één defect exemplaar van het GAA-gen heeft, zal deze persoon drager van de ziekte van Pompe zijn. Dragers krijgen de ziekte niet, maar ‘dragen’ een defect exemplaar van het GAA-gen bij zich en kunnen dit doorgeven aan hun kinderen.
  • Als iemand twee defecte exemplaren van het GAA-gen heeft, zal deze persoon de ziekte van Pompe daadwerkelijk krijgen.

overervingsschema_pompe

In de bovenstaande afbeelding heeft elk kind dat wordt geboren uit ouders die beide 'drager' zijn, 75% kans om ten minste één normaal gen te krijgen, en dus de ziekte niet te krijgen; en 25 % kans om een exemplaar van het defecte gen van beide ouders te erven en dus de ziekte te krijgen.

Wat gebeurt er als iemand drager van de ziekte is?

Als iemand één defect en één normaal exemplaar van het GAA-gen heeft, zal het normale exemplaar ervoor zorgen dat er voldoende alfa-glucosidase wordt geproduceerd om de cellen normaal te laten functioneren. Hoewel dragers meestal een wat lager dan normale enzymactiviteit hebben, krijgen zij de symptomen van de ziekte niet.

Hoe groot is de kans dat iemand de ziekte erft?

Het meest frequent voorkomende overervingspatroon van de ziekte van Pompe is dat beide ouders drager zijn. In dat geval heeft ieder van hun kinderen

  • een kans van (25% dat hij/zij twee defecte exemplaren van het gen krijgt en dus de ziekte erft;
  • een kans van 50% dat hij/zij maar één defect exemplaar van het gen krijgt en dus drager is;
  • een kans van 25% dat hij/zij twee gezonde exemplaren krijgt en dus de ziekte niet heeft of drager ervan is;

Veel minder vaak voorkomende overervingspatronen zijn:

  • Als beide ouders de ziekte van Pompe hebben, zal elk van hun kinderen de ziekte erven;
  • Als één ouder de ziekte heeft en de ander drager ervan is, zal elk van hun kinderen 50% kans hebben om de ziekte te erven en 100% kans hebben om drager ervan te zijn;

Statistieken van het aantal mensen dat de ziekte van Pompe heeft 

Als één ouder de ziekte van Pompe heeft en de andere ouder niet (en ook geen drager van de ziekte is), zullen al hun kinderen één defect en één normaal gen erven. Dat betekent dat zij allen drager zijn maar de ziekte geen van allen zullen krijgen (het normale gen zorgt immers voor voldoende enzymproductie).

Autosomaal recessieve overerving

De ziekte van Pompe wordt een autosomaal recessief overervende aandoening genoemd omdat:

  • het GAA-gen op een autosoom ligt – dit is een niet-geslachtsbepalend chromosoom;
  • het GAA-gen recessief is, wat betekent dat bij iemand met één defect exemplaar de ziekte niet tot uiting zal komen – daar zijn twee defecte exemplaren voor nodig.

Kijk voor meer informatie over genen en chromosomen op de pagina Erfelijkheid en Genetica.

 

Patiëntenorganisaties & andere informatiebronnen

Patiëntenorganisaties en andere instanties kunnen voor Pompe-patiënten en hun naasten een belangrijke bron van informatie en steun zijn.

Klik hier voor adressen

 

Woordenlijst

Een overzicht van veel voorkomende woorden op deze website en de verklaring ervan.

Naar woordenlijst